We bevinden ons in pension “De Zevende Hemel”. Trude is de eigenares. Werkster Bets, een heerlijk type, altijd moe, zorgt voor de nodige humor en onrust. De gasten die er verschijnen zijn allemaal heel verschillend van aard. Een gokverslaafde oma, Mari, een zeer plaatselijk doorgebroken, zanger. Kitty, een wel heel labiel meisje; Arthur, vaste bewoner en zeer sullig van aard. Twee pubermeisjes, met alle ellende die daarbij hoort; Igor en Nina, twee Gothics, die niet helemaal sporen en natuurlijk Toon, een zeer brede bodyguard, met een wel heel erg klein hartje. Met zo’n bonte verzameling kan het niet anders dan uit de hand lopen. En dan zeg je als publiek naar afloop: je maakt het mee…